In Europa ontwikkelen Carbon Contracts for Difference (CCfD’s) zich in hoog tempo tot essentiële beleidsinstrumenten om grootschalige industriële CO2-reductie mogelijk te maken. Ze bieden langdurige inkomstenzekerheid voor kapitaalintensieve CO2-afvang en -opslag (CCS) en CO2-arme technologieën door het overbruggen van de kloof tussen reductiekosten en CO2-marktprijzen. Terwijl landen als Duitsland, Denemarken, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk vergelijkbare instrumenten hebben ingevoerd, onderscheidt de Nederlandse SDE++ zich als de meest volwassen, transparante en marktgerichte CCfD-regeling die momenteel in werking is.
De Nederlandse SDE++ is uitgegroeid tot het belangrijkste nationale mechanisme ter ondersteuning van hernieuwbare energie en CO₂-reducerende technologieën, waaronder CCS. Het werd in 2020 ingevoerd en maakte de overstap van een subsidie voor hernieuwbare energie (MEP, sinds 2003) naar een technologieneutrale, economiebrede regeling, gericht op het realiseren van kosteneffectieve CO₂-reductie. Jaarlijkse budgetten variërend tussen 5 en 13 miljard euro getuigen van een sterke en consistente politieke inzet, terwijl vooraf vastgestelde budgetplafonds zorgen voor begrotingsdiscipline.
Als de ETS-prijs onder de reductiekosten van een project daalt, vloeien SDE++-betalingen ter compensatie als eenzijdige CCfD van overheid naar projectontwikkelaar. Door een vaste uitoefenprijs (basisbedrag) vast te stellen en de reële EU-ETS-prijs als referentie te gebruiken, wordt gewaarborgd dat de steun marktconform blijft. Wanneer de ETS-prijzen boven de basisprijs stijgen, is geen terugbetaling vereist als de de netto-opbrengst van projecten blijft tussen de door de markt geaccepteerde winstmarges liggen – een belangrijk voordeel voor projectontwikkelaars.
Met een ondersteuningsduur van 12–15 jaar, een goed ingeburgerde aanvraagcyclus en duidelijke technologiespecifieke plafonds wordt SDE++ beschouwd als het meest voorspelbare grootschalige CCfD-kader onder Europese tegenhangers.
De Duitse CCfD-regeling gaat de tweede ronde in, waarin nu ook CCU- en CCS-projecten in aanmerking komen. De regeling hanteert een tweezijdige structuur, waarbij projectontwikkelaars geld moeten terugbetalen wanneer de ETS-prijs de contractuele uitoefenprijs overschrijdt wat fiscale discipline biedt, maar het financiële risico deelt met de projectontwikkelaars. Het kenmerkt zich door dynamische aanpassingen van de uitoefenprijs die de werkelijke schommelingen in de prijzen van energiedragers weerspiegelen, wat een betere weergave is van de kosten voor initiatiefnemers. Hoewel dit de nauwkeurigheid vergroot, verhoogt het ook de administratieve lasten en de budgettaire onzekerheid.
De regeling is krachtig maar administratief zwaar, en vereist uitgebreide monitoring, rapportage en verificatie en strenge minimale prestatiedrempels (60% reductie van broeikasgasemissies binnen drie jaar; 90% tegen jaar 15).
Het Deense CCS-fonds (2024) bouwt voort op zijn twee voorgangers, NECCS en het CCUS-fonds. Het verstrekt 15-jarige, eenzijdige CCfD’s ter ondersteuning van permanente geologische opslag van CO₂. Het richt zich op grote puntbron-CO₂-emissies en regionale CCS-hubs en biedt financiering voor de volledige CCS-waardeketen: afvang, transport en opslag.
Een kenmerkend aspect van het Deense CCS-fonds is de onderhandelingsprocedure. In tegenstelling tot op regels gebaseerde regelingen zoals SDE++, stelt het CCS-fonds het Deense Energieagentschap in staat om tijdens meerdere onderhandelingsrondes te onderhandelen over contractvoorwaarden, basisaannames (bijv. ETS-blootstelling) en projectconfiguraties. De uiteindelijke toekenning is gebaseerd op een evaluatiebedrag dat het aangeboden tarief (DKK/t CO₂) combineert met belasting- en ETS-gerelateerde aanpassingen.
Het Britse Industrial Carbon Capture (ICC)-bedrijfsmodel biedt langetermijnondersteuning via CCfD’s, maar wordt niet toegekend via competitieve veilingen. In plaats daarvan worden contracten bilateraal onderhandeld binnen gepubliceerde bedrijfsmodelkaders, waarbij bedrijven worden geselecteerd uit vooraf gedefinieerde industriële clusters.
Deze clustergerichte aanpak bevordert de beschikbaarheid van T&S-infrastructuur, maar vermindert de marktconcurrentie en transparantie. Uitoefenprijzen worden individueel overeengekomen en er geldt een hybride betalingsmechanisme: een vaste, lineair stijgende referentieprijs in de eerste tien jaar, waarna wordt overgeschakeld naar het Britse ETS indien (optioneel) de partijen overeenkomen het contract met vijf jaar te verlengen. Nalevingsverplichtingen (bijv. minimale vermijdingsdoelstellingen) zijn strenger dan die in SDE++.
Het Franse GPID is een eenrichtings-CCfD met een vast, lineair stijgend referentieprijstraject, wat fiscale voorspelbaarheid biedt maar het risico met zich meebrengt dat de prijzen afwijken van de werkelijke ETS-prijzen. Grotere zekerheid gaat gepaard met het risico van over- of ondercompensatie. De regeling richt zich op industriële sectoren die onder het ETS vallen en vereist al in de aanvraagfase een vergaande betrokkenheid van T&S-exploitanten. Prestatieverplichtingen, inclusief boetes voor onderprestaties, zijn streng, wat het operationele risico voor aanvragers vergroot in vergelijking met het Nederlandse kader.
PNO Innovation heeft een vergelijkende analyse uitgevoerd van Carbon Contracts for Difference (CCfD’s) en veilingregelingen voor CCS in Europa. Het onderzoek, dat is gepubliceerd door Heidelberg Materials, biedt een gestructureerde analyse van concurrerende biedingsmechanismen in meerdere Europese landen, waarbij belangrijke ontwerpkenmerken, succesfactoren en belemmeringen voor het opschalen van CO2-afvang en -opslag (CCS) in de industrie worden geïdentificeerd.
Het belicht ontwerpkenmerken, succesfactoren en belemmeringen in de belangrijkste Europese regelingen, waaronder:
Aangezien CCfD’s steeds meer aan populariteit winnen als cruciaal beleidsinstrument om de kostenkloof tussen koolstofarme en conventionele productie te overbruggen, bieden de bevindingen van de studie bruikbare richtlijnen voor het ontwerpen van effectieve CCfD-regelingen en het versnellen van grootschalige industriële decarbonisatie in heel Europa. De volledige studie is hier beschikbaar.
Er zijn meerdere redenen die van de SDE++ een van de meest concurrerende regelingen van Europa maken. We noemen er hier drie.
Van alle regelingen heeft SDE++ de duidelijkste en meest consistente koppeling met het EU-ETS. De aan het ETS gekoppelde referentieprijs zorgt voor:
Dit marktgebaseerde mechanisme is een belangrijke reden waarom SDE++ in heel Europa wordt beschouwd als een benchmark voor het ontwerp van CCfD’s.
SDE++ maakt concurrentie mogelijk tussen een breed scala aan CO₂-reducerende technologieën – van CCS en BECCS tot koolstofarme warmte en hernieuwbare energie. Dit technologieneutrale ontwerp maximaliseert de kostenefficiëntie en positioneert Nederland als koploper in het sectoroverschrijdende decarbonisatiebeleid.
In tegenstelling tot complexere of onderhandelde regelingen:
Deze stabiliteit is een belangrijk onderscheidend kenmerk ten opzichte van het dynamische mechanisme van Duitsland, de onderhandelingen in Denemarken en de op maat gemaakte contracten in het Verenigd Koninkrijk.
Hoewel SDE++ zeer effectief is, kunnen bepaalde structurele kenmerken de geschiktheid ervan voor sommige CCS-projecten beperken.
Naarmate de Europese Unie haar decarbonisatietraject versnelt, zullen CCfD’s in toenemende mate investeringsbeslissingen bepalen in sectoren waar emissiereductie moeilijk te realiseren is. In het huidige landschap onderscheidt de Nederlandse SDE++ zich als het meest volwassen, marktgerichte en voorspelbare CCfD-mechanisme, dat een sterke basis biedt voor de industriële implementatie van CCS.
Het is gebaseerd op kosteneffectiviteit, transparantie, concurrentie en marktintegratie, waardoor het een referentiepunt vormt voor zowel industriële investeerders als beleidsmakers in heel Europa.
PNO Innovation heeft onlangs een vergelijkende studie uitgevoerd naar Carbon Contracts for Difference en veilingregelingen voor CCS in Europa, waarbij het gebruikmaakte van zijn unieke positie als een van de weinige adviesbureaus in Europa met een grensoverschrijdend, diepgaand inzicht in CCfD-instrumenten.
Omdat we vanaf het begin betrokken zijn geweest bij de eerste CCfD-regeling voor CCS (sinds 2020) in Europa, beschikken we over de sterkste aanvraaggeschiedenis van alle adviesbureaus die actief zijn op het gebied van SDE(++). PNO heeft tussen 2008 en 2023 meer dan 335 SDE-aanvragen ingediend en heeft in sommige jaren meer dan 50% van het totale beschikbare SDE-budget opgeëist. Onze kernkennis wordt verrijkt door eigen intelligentiemodellen en databases om de verwachte uitputting van het SDE++-budget, winnende biedingsbereiken, categorie-specifieke kostenbenchmarks en de intensiteit van de aanbestedingsconcurrentie te voorspellen.
Ten slotte heeft PNO een solide en stabiele relatie met RVO, de Europese Commissie en het Nederlandse Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Deze bevoorrechte positie stelt PNO in staat om te anticiperen op wijzigingen in de regelgeving, de interpretatie van de regelgeving te begrijpen nog voordat deze wordt gepubliceerd, klanten vroegtijdig strategische waarschuwingssignalen te geven en aanvragen af te stemmen op de nieuwste beleidsprioriteiten.
Wil je meer weten over de in dit artikel benoemde instrumenten? Neem contact met ons op via +31(0)88 838 13 81 of stuur ons een bericht via onderstaand formulier.
05/05/2026
30/04/2026
29/04/2026
Ontdek hoe onze specialisten jouw innovatie verder brengen.
Ik ga akkoord met de privacyverklaring
* Verplichte velden
This site is protected by reCAPTCHA and the Google Privacy Policy and Terms of Service apply.
Denk aan het milieu voordat je gaat printen
Printen