juni 10, 2026

Zuid-Holland heeft alles voor innovatie. Nu nog de samenhang om het potentieel écht los te maken

Publieke financiering als hefboom:
van innovatiepotentieel naar impact

Zuid-Holland heeft op papier álles in huis om tot de sterkste innovatieregio’s van Europa te behoren.

Drie topuniversiteiten. Twee universitair-medische centra. De grootste haven van Europa. Meer dan 30 incubators en fieldlabs. Sterke clusters in onder meer life sciences & health, hightech, duurzaamheid, digitalisering, maritiem, energie en circulariteit. Een groot aantal startups, kennisinstellingen, publieke programma’s, regionale fondsen en samenwerkingsverbanden.

Tóch komt steeds dezelfde vraag terug:

Waarom vertaalt al die kracht zich niet vanzelf in structureel sterkere innovatiekracht?

Die vraag is relevant, juist omdat Zuid-Holland zoveel in huis heeft. De regio kampt niet met een gebrek aan kennis, ondernemerschap of ambitie. De uitdaging zit dieper: in de manier waarop partijen, middelen, regelingen en samenwerking samenkomen.

Of juist niet samenkomen.

Daarom hebben we gekeken naar de rol van publieke financiering binnen het Zuid-Hollandse innovatie-ecosysteem. Niet als los instrument. Niet als administratief aanvraagproces. Maar als systeemkracht: een manier om innovatie mogelijk te maken, risico’s te delen, samenwerking te stimuleren en richting te geven aan economische en maatschappelijke vernieuwing.

Voor dit onderzoek zijn 23 gesprekken gevoerd met startups, incubators, fieldlabs, kennisinstellingen, overheden, intermediairs en subsidieverstrekkers. Daarmee ontstond niet alleen een beeld van individuele ervaringen, maar vooral van terugkerende patronen op systeemniveau.

De centrale vraag: hoe kan publieke financiering bijdragen aan een sterker, samenhangender en effectiever innovatie-ecosysteem in Zuid-Holland?

Een regio met uitzonderlijk veel potentieel

Zuid-Holland is geen regio met één dominante innovatie-identiteit. Dat maakt de provincie sterk, maar ook complex.

Delft, Leiden, Rotterdam en Den Haag brengen ieder hun eigen kennisbasis, economische zwaartepunten en netwerkstructuren mee. De regio combineert wetenschap, technologie, zorg, havenlogistiek, industrie, publieke sector, ondernemerschap en maatschappelijke opgaven op een schaal die in Nederland zeldzaam is.

Die breedte is een kracht. Maar het is ook precies waar de spanning ontstaat.

In regio’s met één duidelijke economische motor ontstaat focus vaak vanzelf. Zuid-Holland kent meerdere logische richtingen. Meerdere sectoren kunnen internationaal excelleren. Meerdere clusters verdienen ondersteuning. Meerdere publieke en private partijen spelen een legitieme rol.

Daardoor is er niet één vanzelfsprekende route naar groei.

Waar veel mogelijk is, wordt kiezen moeilijk. En waar kiezen moeilijk is, ontstaat het risico dat middelen, aandacht en samenwerking versnipperen. Niet omdat partijen niet willen samenwerken, maar omdat het ecosysteem zo breed, divers en gelaagd is dat gezamenlijke richting niet automatisch ontstaat.

Dat is misschien wel de kern van de Zuid-Hollandse uitdaging: het probleem is niet een gebrek aan potentieel, maar een gebrek aan voldoende gebundelde systeemkracht.

Publieke financiering is onmisbaar

Uit de gesprekken komt één beeld duidelijk naar voren: publieke financiering is essentieel voor innovatie.

Vooral in vroege ontwikkelingsfasen, waarin technologie nog niet volledig bewezen is, marktrisico’s hoog zijn en private investeerders voorzichtig blijven, zijn publieke middelen vaak doorslaggevend. Subsidies, publieke fondsen, fiscale regelingen en Europese programma’s helpen om onderzoek naar toepassing te brengen, risico’s te delen en innovatieprojecten door de kwetsbare fase tussen idee en marktintroductie heen te trekken.

Publieke financiering maakt mogelijk wat de markt nog niet alleen kan dragen.

Zonder publieke middelen zouden veel innovaties later, kleiner of helemaal niet van de grond komen. Zeker bij maatschappelijke opgaven zoals gezondheid, duurzaamheid, digitalisering, energie en circulariteit is publieke financiering niet alleen een financiële impuls, maar ook een manier om richting te geven aan de toekomst.

Maar precies daar ontstaat ook de spanning.

Want publieke financiering is bedoeld om innovatie te versnellen. In de praktijk vraagt het systeem eromheen soms zoveel tijd, afstemming en verantwoording dat een deel van die versnelling verloren gaat.

Het systeem is niet verkeerd bedoeld,
maar wel te zwaar geworden

In de gesprekken kwam geen beeld naar voren van één groot probleem of één duidelijke schuldige. Wat zichtbaar werd, was een patroon.

Het financieringslandschap is moeilijk te doorgronden. Voor startups en innovatieve bedrijven kost het veel tijd om de juiste regeling te vinden, de voorwaarden te begrijpen, partners te betrekken, een aanvraag sterk op te bouwen en achteraf te verantwoorden wat er is gedaan.

Die tijd gaat niet naar technologieontwikkeling, klantvalidatie, marktintroductie of opschaling. Die tijd gaat naar het proces rondom innovatie.

Dat is niet het gevolg van slechte intenties. Integendeel.

Nieuwe regelingen worden toegevoegd om knelpunten op te lossen. Extra voorwaarden worden opgenomen om risico’s te beperken. Aanvullende programma’s worden opgezet om samenwerking te stimuleren. Rapportage-eisen moeten transparantie, rechtmatigheid en publieke verantwoording borgen.

Elk onderdeel is op zichzelf te begrijpen.

Maar bij elkaar ontstaat een systeem dat stap voor stap complexer wordt dan oorspronkelijk bedoeld. De optelsom van goedbedoelde regels, initiatieven en programma’s creëert een landschap waarin veel partijen hun best doen om innovatie te ondersteunen, maar waarin ondernemers en intermediairs steeds meer capaciteit kwijt zijn aan navigeren, interpreteren en verantwoorden.

Het wringt dus niet omdat mensen het systeem niet willen laten werken. Het wringt omdat het systeem door de jaren heen zwaarder is geworden dan veel innovaties kunnen dragen.

Samenwerking wordt gestimuleerd,
maar te weinig structureel vastgehouden

Publieke financiering stimuleert vaak samenwerking. Veel regelingen vragen om consortia, partnerschappen of verbinding tussen bedrijven, kennisinstellingen en publieke partijen.

Dat is logisch. Innovatie ontstaat zelden geïsoleerd. Juist in een regio als Zuid-Holland, waar kennis, sectoren en maatschappelijke opgaven elkaar raken, is samenwerking onmisbaar.

Maar samenwerking die ontstaat rond een subsidieaanvraag is niet automatisch structurele samenwerking.

Een consortium vormt zich. De aanvraag wordt geschreven. Het project start. Partners werken gedurende de looptijd samen. De subsidie eindigt. En daarna begint bij een nieuwe regeling vaak weer een nieuw proces, met nieuwe voorwaarden, nieuwe partners, nieuwe governance en een nieuwe verantwoordingslogica.

Zo wordt er veel opgebouwd, maar niet altijd genoeg doorgebouwd.

Voor een sterk innovatie-ecosysteem is juist continuïteit nodig. Vertrouwen ontstaat niet binnen één projectperiode. Strategische samenwerking vraagt om langetermijnrelaties, gedeelde prioriteiten en een infrastructuur waarin kennis, ervaring en netwerkverbindingen niet telkens opnieuw hoeven te worden opgebouwd.

Daar ligt een belangrijke opgave voor Zuid-Holland: niet alleen samenwerking organiseren rond losse projecten, maar ook structureel borgen wat die samenwerking oplevert.

De echte uitdaging is niet méér financiering,
maar betere werking van financiering

Het gesprek over innovatie wordt vaak gevoerd in termen van geld: meer budget, meer regelingen, meer programma’s.

Maar voor Zuid-Holland is dat niet de enige vraag.

De diepere vraag is hoe publieke financiering zo wordt ingezet dat het ecosysteem als geheel sterker wordt. Niet alleen door individuele projecten mogelijk te maken, maar ook door samenwerking, focus, vertrouwen en continuïteit te versterken.

Dat vraagt om een verschuiving in het denken.

  • Niet alleen: welke regeling past bij dit project?
    Maar ook: hoe draagt dit project bij aan een sterker ecosysteem?
  • Niet alleen: hoe krijgen we deze aanvraag rond?
    Maar ook: hoe bouwen we voort op wat er al ligt?
  • Niet alleen: hoe organiseren we de samenwerking voor deze subsidieperiode?
    Maar ook: hoe zorgen we ervoor dat de samenwerking blijft bestaan wanneer de subsidie afloopt?
  • Niet alleen: hoe verdelen we publieke middelen correct?
    Maar ook: hoe zorgen we ervoor dat publieke middelen richting, samenhang en innovatiekracht creëren?

De waarde van publieke financiering zit dus niet alleen in het bedrag dat beschikbaar komt. De waarde zit in wat die financiering in beweging zet.

Vertrouwen is geen zachte voorwaarde,
maar harde infrastructuur

Een opvallend thema in de gesprekken is vertrouwen.

Publieke financiering vraagt terecht om transparantie en verantwoording. Zeker bij publieke middelen moet duidelijk zijn hoe het geld wordt besteed, welke resultaten worden nagestreefd en welke publieke waarde wordt gecreëerd.

Maar als controle te gedetailleerd wordt, ontstaat micromanagement. Als verantwoording te zwaar wordt, verdwijnt energie uit innovatie. En als ondernemers het gevoel krijgen dat hun realiteit onvoldoende wordt begrepen, neemt de afstand tussen beleid en praktijk toe.

Een effectiever financieringssysteem vraagt daarom niet om minder verantwoordelijkheid, maar om slimmere verantwoordelijkheid.

Minder sturen op elke tussenstap. Meer sturen op doel, kwaliteit, voortgang en impact. Niet naïef vertrouwen, maar volwassen vertrouwen: met duidelijke afspraken, passende verantwoording en ruimte voor ondernemerschap.

Vertrouwen is daarmee geen zachte randvoorwaarde. Het is infrastructuur. Zonder vertrouwen wordt samenwerking transactioneel. Met vertrouwen kan samenwerking structureel worden.

De rol van intermediairs moet breder worden gezien

In een complex financieringslandschap zijn intermediairs onmisbaar. Zij helpen ondernemers, kennisinstellingen en publieke partijen om regelingen te begrijpen, aanvragen aan te scherpen, consortia te vormen en projecten uitvoerbaar te maken.

Maar het feit dat zoveel ondersteuning nodig is om door het systeem te navigeren, zegt ook iets over het systeem zelf.

Daarom zou de rol van intermediairs niet moeten stoppen bij het begeleiden van subsidieaanvragen. De grotere opdracht ligt in het helpen verbeteren van de werking van het ecosysteem.

Dat betekent: patronen herkennen, knelpunten zichtbaar maken, overlap verminderen, partijen verbinden en financieringsroutes zo inrichten dat ze niet alleen bijdragen aan een succesvol project, maar ook aan een sterker netwerk.

De intermediair van de toekomst is niet alleen een aanvraagbegeleider, maar ook een ecosysteembouwer.

Niet alleen iemand die helpt binnen de bestaande complexiteit, maar ook iemand die helpt om die complexiteit te verkleinen.

Wat Zuid-Holland nu nodig heeft

De bevindingen wijzen niet op één simpele oplossing. Wel tekenen duidelijke richtingen zich af.

Zuid-Holland heeft meer overzicht nodig in het publieke financieringslandschap, zodat startups en innovatieve organisaties sneller kunnen bepalen welke route past bij hun fase, technologie, sector en groeipad.

De administratieve druk moet beter in verhouding komen te staan tot de omvang en aard van de projecten. Innovatie in de vroege fase vraagt om andere verantwoordingsmechanismen dan die van grote, volwassen programma’s.

Samenwerking moet minder projectmatig en meer structureel worden georganiseerd. Niet alleen consortia vormen rond subsidieaanvragen of openstellingen, maar ook langetermijnrelaties opbouwen rond gedeelde opgaven.

En bovenal vraagt Zuid-Holland om scherpere gezamenlijke keuzes. Niet omdat de breedte van het ecosysteem een probleem is, maar omdat breedte zonder richting te gemakkelijk tot versnippering leidt.

De regio hoeft haar diversiteit niet op te geven. Maar zij moet die diversiteit beter organiseren.

Van innovatiepotentieel naar innovatiekracht

De kern van het onderzoek is niet dat publieke financiering niet werkt. Integendeel: publieke financiering is onmisbaar voor innovatie in Zuid-Holland.

De kern is dat publieke financiering haar volledige potentieel pas waarmaakt wanneer zij meer doet dan alleen individuele projecten ondersteunen.

Publieke financiering moet bijdragen aan structuur. Aan continuïteit. Aan samenwerking. Aan vertrouwen. Aan richting. Aan het vermogen om niet telkens opnieuw te beginnen, maar voort te bouwen op wat er al is.

Dát is de stap van innovatiepotentieel naar innovatiekracht.

Zuid-Holland heeft veel van de bouwstenen al in handen. De vraag is nu hoe die bouwstenen sterker met elkaar verbonden kunnen worden.

Een uitnodiging om mee te bouwen

Voor PNO Innovation is dit onderzoek geen eindpunt, maar een startpunt.

Wij zien publieke financiering niet alleen als instrument om projecten mogelijk te maken, maar ook als hefboom om innovatie-ecosystemen sterker te organiseren. Dat vraagt om partners die verder kijken dan één regeling, één aanvraag of één projectperiode.

Het vraagt om organisaties die bereid zijn om over meerdere jaren in één richting samen te werken. Om publieke en private partijen die niet alleen willen meepraten, maar ook willen meebouwen. Om een ecosysteem dat niet telkens opnieuw begint, maar leert, verbindt en doorbouwt.

  • De vraag is dus niet alleen hoe publieke financiering innovatie in Zuid-Holland kan ondersteunen.
  • De echte vraag is: hoe zorgen we ervoor dat publieke financiering het innovatie-ecosysteem van Zuid-Holland structureel sterker maakt?

Wie daarover wil meedenken of wil meebouwen, nodigen we graag uit om met ons in gesprek te gaan.

Hoe kunnen we je helpen?

Ontdek hoe onze specialisten jouw innovatie verder brengen.

    * Verplichte velden

    This site is protected by reCAPTCHA and the Google Privacy Policy and Terms of Service apply.