februari 12, 2026

Het nieuwe kabinet wil de EIA en MIA\Vamil samenvoegen. Is dat verstandig?

In het coalitieakkoord Aan de slag geeft het nieuwe kabinet aan de investeringsregelingen EIA en MIA\Vamil te willen samenvoegen. Energie-expert en managing consultant bij PNO Innovation Lucas Linnebank weegt de voor- en nadelen van zo’n plan tegen elkaar af.

In dit artikel:

De EIA werkt. Juist daarom is samenvoegen een risico
Twee duurzaamheidsregelingen die hun waarde hebben bewezen
Hoe de EIA en MIA\Vamil werken in de praktijk
Het cruciale verschil: staatssteun of niet
Evaluaties en onderzoeken bevestigen de werking
Het coalitieakkoord en wat er op het spel staat
Tot slot
Onze expert

De EIA werkt. Juist daarom is samenvoegen een risico

In dit artikel stel ik de vraag of de hervormingsdrang van het nieuwe kabinet het beleid daadwerkelijk sterker maakt of het risico met zich meebrengt dat goed werkende instrumenten zoals de EIA en MIA\Vamil worden aangetast. Als het kabinet investeringen in verduurzaming echt wil versnellen, vraagt dat niet alleen om nieuwe ideeën, maar ook om waardering voor wat al werkt. Voordat bestaande instrumenten worden samengevoegd of opnieuw worden vormgegeven, is het verstandig om goed stil te staan bij de juridische en praktische gevolgen en bij wat we mogelijk uit handen geven.

Twee duurzaamheidsregelingen die hun waarde hebben bewezen

De Energie-investeringsaftrek (EIA) en de Milieu-investeringsaftrek met Vamil (MIA\Vamil) zijn fiscale instrumenten om verduurzaming bij bedrijven te stimuleren. Veel ondernemers en adviseurs weten deze regelingen goed te vinden en werken er dagelijks mee. De regelingen hebben al jaren een vaste plek binnen het Nederlandse verduurzamingsbeleid.

Tegelijkertijd staan deze regelingen opvallend vaak ter discussie. Evaluaties volgen elkaar op, verbetermogelijkheden worden verkend en in het coalitieakkoord van de nieuwe regering wordt zelfs vermeld dat “de EIA, MIA en VAMIL waar mogelijk worden samengevoegd tot één robuuste investeringsregeling”.

Los van de vraag wat precies wordt bedoeld met een robuuste regeling of waarom samenvoeging gewenst zou zijn, roept dit een fundamentelere vraag op: gaat het hier om zinvolle beleidsontwikkeling of om het opnieuw vormgeven van instrumenten die in de praktijk al goed functioneren, met het risico dat hun kracht verloren gaat?

Hoe de EIA en MIA\Vamil werken in de praktijk

De EIA, ingevoerd in 1997, is gericht op energiebesparing en duurzame energie. Bedrijven die investeren in bedrijfsmiddelen die op de Energielijst staan, mogen een extra aftrek toepassen op hun fiscale winst. De regeling valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en sluit aan bij het nationale energie- en klimaatbeleid.

De MIA en Vamil, van kracht sinds 2000, richten zich op een breder spectrum aan milieudoelen zoals circulaire economie, grondstoffenefficiëntie en duurzaam transport. Deze regelingen vallen onder het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en maken onderdeel uit van het milieubeleid.

Tienduizenden bedrijven maken structureel gebruik van één of beide regelingen. Tegelijkertijd zijn het geen statische instrumenten. Op basis van voorstellen uit het bedrijfsleven worden de Energielijst en de Milieulijst periodiek aangepast. Technieken die voldoen aan de criteria worden na beoordeling in de lijsten opgenomen, anderen vallen af, waardoor de regelingen blijven aansluiten bij technologische ontwikkelingen in de praktijk.

Het cruciale verschil: staatssteun of niet

Hoewel de EIA en MIA\Vamil in de uitvoering vergelijkbaar lijken, is het juridische verschil fundamenteel. De EIA is een generieke fiscale regeling en wordt daarom niet aangemerkt als staatssteun. Daardoor valt zij buiten de Europese staatssteunkaders. Er is geen notificatie nodig bij de Europese Commissie en er gelden geen staatssteunplafonds.

De MIA en Vamil zijn dat nadrukkelijk wel. Deze regelingen vallen onder de Europese Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) en zijn daarmee gebonden aan specifieke voorwaarden vanuit Brussel.

Dat onderscheid is allesbehalve een detail. Juist doordat de EIA geen staatssteun is, vormt zij een stabiele en voorspelbare basis voor investeringen met langere terugverdientijden. In Europees perspectief is dit uitzonderlijk. In buurlanden als België en Duitsland worden vergelijkbare investeringsprikkels vrijwel altijd vormgegeven als staatssteun. Nederland heeft het met de EIA dus slimmer aangepakt.

Evaluaties en onderzoeken bevestigen de werking

Dat de regelingen regelmatig worden geëvalueerd is logisch en wenselijk. Zowel de EIA als MIA\Vamil maken deel uit van het reguliere evaluatiekader voor fiscale instrumenten. In 2023 werd de evaluatie van de EIA over de periode 2017–2021 gepubliceerd. De conclusie was dat de regeling in algemene zin doeltreffend en doelmatig is. Hoewel er aandachtspunten zijn, zoals freeriders en de afbakening van de lijsten, waren er geen aanwijzingen dat het instrument fundamenteel tekortschiet.

In 2025 is door onderzoeksbureau Dialogic een onderzoek uitgevoerd naar de werking van de EIA en MIA\Vamil. Aanleiding waren vragen uit eerdere evaluaties en Kamerdebatten over mogelijke vereenvoudiging of een omzetting van de EIA naar een subsidie. In samenwerking met een brede groep experts uit verschillende sectoren zijn verbetermogelijkheden onderzocht en is verkend of een één-op-één omzetting van de EIA naar een subsidie wenselijk en haalbaar zou zijn.

De conclusie was helder. Een omzetting van de EIA naar een subsidie levert geen structurele voordelen op en leidt tot nieuwe onzekerheden, onder meer op het gebied van staatssteun en uitvoerbaarheid. Ook dit onderzoek bevestigt dat de EIA in de kern goed functioneert.

Het coalitieakkoord en wat er op het spel staat

Tegen deze achtergrond is de passage in het coalitieakkoord over samenvoeging opvallend. Vereenvoudiging klinkt aantrekkelijk, zeker als het huidige instrumentarium complex oogt. Maar vereenvoudiging kan ook ongewenste neveneffecten hebben.

Een samenvoeging van een staatssteunvrije regeling met een staatssteunregeling roept onvermijdelijk vragen op. Wat gebeurt er met de juridische status van de EIA? Blijft zij buiten de staatssteunkaders, of wordt zij daar alsnog onder gebracht? En belangrijker: als die unieke staatssteunvrije positie eenmaal wordt opgegeven, komt deze kans dan ooit nog terug?

Voor beleidsmakers betekent dit dat zij zich moeten afvragen of administratieve vereenvoudiging opweegt tegen het verlies van een instrument dat in Europees perspectief uitzonderlijk en effectief is. Voor bedrijven, zeker voor ondernemingen die grote en langjarige investeringen doen, is het een oproep om deze ontwikkelingen scherp te blijven volgen. Stabiliteit en voorspelbaarheid zijn randvoorwaarden voor investeren.

Tot slot

De kernvraag is daarom niet of de EIA en MIA\Vamil kunnen worden samengevoegd, maar of het verstandig is om een uniek werkend instrument te verbouwen in een zoektocht naar vereenvoudiging.

Wie de EIA uitruilt voor vereenvoudiging, moet zich realiseren dat een eenmaal opgegeven staatssteunvrije positie waarschijnlijk nooit meer terugkomt. Aan het Rijk de oproep om zich goed te bezinnen voordat een goed werkende regeling wordt gewijzigd en om bij elke stap zorgvuldig te wegen hoe het goede van deze regeling behouden kan blijven.

Onze expert

Lucas Linnebank is energie-expert en managing consultant bij PNO Innovation in Nederland.

Lucas Linnebank

Hoe kunnen we je helpen?

Ontdek hoe onze specialisten jouw innovatie verder brengen.

    * Verplichte velden

    This site is protected by reCAPTCHA and the Google Privacy Policy and Terms of Service apply.